The Self-Collector
2006
The Self-Collector
For centuries, people have believed that our hands reveal who we are and who we might become. Palmistry has a long history, and although I do not consider myself spiritual or religious, it became part of my artistic research for the exhibition The Self-Collector (2005).
For this project, I created portraits of myself made by others — from forensic reconstructions to hand readings — searching not only for visible likenesses, but also for more intangible forms of self-representation. I visited two palm readers, both of whom described aspects of my character and future with unsettling accuracy. Despite my skepticism, these encounters affected me and made me question how much of our identity is shaped by belief, interpretation, and suggestion.
One palm reader suggested that if she could change anything, she would extend my fate line. This remark became the starting point for the final work. I decided to literally alter my palm. With the help of a hand surgeon, my fate line was surgically extended — a symbolic act to break free from predetermined narratives and expectations.
The work reflects on identity, destiny, and the desire to redefine oneself. If our hands are said to mirror our lives, what happens when we decide to change the lines ourselves?
Er zijn mensen die geloven dat alles in je handen staat, dat al die kleine lijntjes en de vorm van je vingers en zelf je handpalm niet alleen iets vertellen wie je nu bent maar ook wie of wat je kan worden. Handleeskunde wordt al duizenden jaren beoefend. In de 17e eeuw was het zelfs zo populair dat er pogingen werden ondernomen om het handlezen een wetenschappelijke fundering te geven.
Ik ben zelf niet zweverig, eerlijk gezegd ben ik eerder het tegenovergestelde ‘zwaarderig dus’, Al dat gedoe met wierook en spiritualiteit zegt me niets. Ik geloof in veel maar niet in een god of één alleswetend ‘iets’.
Maar wat ik dan bij een handlezers deed in Capelle aan de IJsel deed zal ik uitleggen.
Voor de tentoonstelling ‘De Zelfverzamelaar’ die ik dat najaar (2005) had bij een galerie in Amsterdam maakte ik verschillende portretten van mijzelf door anderen.
Bij de technische recherche liet ik bijvoorbeeld iemand mijn gezicht beschrijven zoals een getuige dat van de dader van een misdrijf doet. Met het computer programma Pro-Fit werd een compositie van mijn gezicht gemaakt. Ook kwam ik in contact met een politie tekenaar die niet met de computer maar met een potlood aan de hand van een getuigenverklaring een portret tekende.
Daarnaast was ik voor deze expositie ook op zoek naar de portretten die minder zichtbaar zijn. Daarom besloot ik mijn handen te laten lezen.
De eerste vrouw die ik ontmoette heette Carla Bronkhorst. Ik had haar gevonden op het internet, ze adverteerde met de tekst: ‘ken Uzelf door diagnostische handanalyse en een luisterend oor’. Carla was een klein Indisch vrouwtje die op de 10 etage van een groot flatgebouw in Capelle a/d IJsel woonde. Haar huis stond vol met beeldjes van Uilen ‘Dat is mijn symbool zei ze toen ik ernaar vroeg, ‘De Uil is het symbool van de wijsheid, wist je dat niet?’.
De handlees sessie duurt precies één uur, ze is streng zoals een schooljuf dat zou zijn en vraagt steeds als ze iets heeft gezegd, ‘Klopt dat?’ Nu zijn het algemene vragen die ze stelt en ik probeer niet teveel te zeggen. Maar ik moet ook erkennen dat veel van wat ze zegt wel klopt. Ik voel daardoor opeens heel kwetsbaar, en mijn handen die zij vast heeft voelen warm aan.
Carla merkt dat en vraagt of ik bang ben voor haar. ‘Nee’ zeg ik iets te snel.
‘Ik ben een hulpverlener antwoord ze’, ‘je hoeft niet bang te zijn, ik ben er om je te helpen.’
Ik knik en luister naar wat ze zegt.
Op de weg terug naar huis ben ik een beetje van streek, Ik geloof niet in handlezen had ik mijzelf voorgenomen maar de ontmoeting met deze vrouw heeft me wel geraakt, heb ik iets geleerd van deze sessie ken ik mijzelf nu meer?
De tweede handlezeres die ik ontmoet heet Isabel Capelli. Bij haar duurt analyse anderhalf uur en kost 65 euro. Ik heb haar uitgenodigd op mijn atelier in Amsterdam.
Isabel praat met een accent omdat ze uit Argentinië komt, ze vertelt dat ze als jongen vrouw om politieke redenen gevangen was gezet. Ze was op dat moment zwanger en haar dochter werd in de gevangenis geboren. Ze wist dat ze haar dochter tot 6 maanden na de geboorte bij zich mocht houden.
Ze vroeg haar moeder contact op te nemen met een astroloog. De astroloog voorspelde dat Isabel één maand na haar dochter vrij zou komen.
Toen Isabel inderdaad precies één maand na haar dochter vrij was gekomen vluchtte ze met haar dochter en kwam ze in Nederland terecht. Sindsdien gelooft ze heilig in astrologie en is ze zich gaan verdiepen in handleeskunde.
Isabel maakt eerst met zwarte inkt een afdruk van mijn hand op papier. Net als Carla vertelt ze veel dingen die treffend zijn, ze laat zien aan de hand van mijn Lots-lijn dat binnen een paar jaar er veel dingen beter gaan worden voor mij, je ben een laatbloeier maar je zult over een paar jaar veel meer jezelf zijn.
Isabel is een aardige vrouw, ik betrap mijzelf erop dat ik dingen aan haar vertel die ik normaal gesproken voor mijzelf hou. Zou dit een tactiek zijn en in hoeverre heeft deze uitwisseling tussen haar en mijzelf te maken met de lijnen mijn hand?
‘Hadden we niet net zo goed in een koffiekopje of naar de haren op mijn hoofd kunnen kijken’ vraag ik daarom.
‘Nee’ zegt ze stellig. ‘Het zijn je handen die vertellen wie je bent. Alles staat in je handen geschreven. Het is de spiegel van je ziel.’
Als dat zo is als dit de spiegel is van wie ik ben, zou je dan iets kunnen veranderen, en wat zou je dan veranderen, Isabel is even stil en leunt achterover,
‘dat kan natuurlijk niet, en begrijp me goed, ik wil je niet op verkeerde ideeën brengen maar als ik iets zou veranderen’ zegt ze terwijl ze een zwarte stift pakt, ‘dan zou ik je lots-lijn twee centimeter verlengen. En terwijl ze dat zegt zet een streepje in de palm van mijn hand.
Ik moet me melden bij Blok 22 de afdeling plastische chirurgie van het Sint Franciscus ziekenhuis in Rotterdam.
De chirurg die ik heb benaderd is gespecialiseerd in handen. Aanvankelijk had ze er moeite mee om in gezond weefsel te snijden, ze vertelde dat ze zoiets moreel moeilijk vond, ze had immers geleerd om dingen beter of mooi te maken. Ik moest aan haar uitleggen waarom juist het uitvoeren van deze operatie belangrijk was voor mij. Dat dit idee zonder de daad geen zeggingskracht had. Ik probeerde haar daarnaast te overtuigen van het werk waar ik mee bezig was, dat het ook een symbolische daad was, om je los maken van wat ander van je zeggen, los te maken van de lijnen in je hand en kan worden wie je zelf wilt zijn.
In de operatie kamer ging alles snel mij hand werd ontsmet, ik kreeg een verdoving met een nogal grote spuit en toen mijn vingers daarvan begonnen te
tintelen pakte de chirurg het scalpel mes. Met één gebaar verlengt ze de lots-lijn in mijn hand.
Als ik mijn ogen weer open word de wond al gehecht, en voordat ik het goed kan zien heeft de zuster er al een wit verband opgeplakt en ben ik alweer buiten.
Terug naar Amsterdam ergens tussen leiden en Schiphol maakt de intercity waar ik in zit een noodstop. Mensen die net stonden worden met een groet vaart tegen de grond gesmakt tassen vliegen verticaal door het treinstel en terwijl ik mij schrap zet, bang dat we ergens tegen op zullen botsen denk ik; Zie je wel, dat komt er nou van..
Even later komt de trein piepend en schuddend tot stilstand en rijd even later weer verder naar Amsterdam.