JANROTHUIZEN_LOGO
JANROTHUIZEN_LOGO
Kunstbeeld

Schitteren in afwezigheid, over het ik van Jan Rothuizen en iedereen – Kunstbeeld 2002

Kunstbeeld 2002
Author: Claudine Hellweg
Schitteren in afwezigheid, over het ik van Jan Rothuizen en iedereen

Op een wand in zijn atelier plakte Jan Rothuizen enkele jaren terug een grote hoeveelheid ovale papiertjes die in verschillende lettertypes met de naam Jan waren bedrukt. De namen zwermen over de muur als overvliegende ganzen die van formatie veranderen. De richtinggevende pijl die ze samen vormen, is even opgelost in een gedesoriënteerde kluwen, alvorens in een nieuwe samenstelling verder te gaan.
Jan Rothuizen doet heel uiteenlopende dingen, die allemaal deel uitmaken van zijn bestaan, van zijn werk. Hij schrijft, tekent, maakt objecten en fotografeert. Hij doet ingrepen in de openbare ruimte en hij is de geestelijk vader van ‘lost en found’, een avond vol beeld, tekst en geluid die hij maandelijks organiseert in Amsterdam.
Rothuizen voert zichzelf in veel van zijn werken op als hoofdpersoon. Met vrijwel ieder werk of elke activiteit maakt hij een (zelf)portret. Hij toont zichzelf als mens, als man, als kunstenaar; in zijn vrolijke en treurige momenten, maar vooral ook in zijn momenten van twijfel en verlangen. De persoon Jan, zijn ‘ik’, lijkt zich met name te vormen in die momenten van twijfel en verlangen. Dan ontstijgt zijn ‘ik’ aan de mens, man en kunstenaar Jan Rothuizen en wordt het het ik van iedereen.

Vanaf 1995 verbleef Rothuizen ruim drie jaar in de Verenigde Staten. Hij had Amsterdam verlaten als schilder, waar hij net een postacademische kunstopleiding achter de rug had. In New York dacht hij zijn schilderwerk voort te zetten. Maar hij raakte er vooral aan de wandel, zo schrijft hij in zijn boek On a clear day you can see forever. Het penseel werd verdrongen door eindeloze voettochten door de stad, die een stortvloed aan nieuwe indrukken, ontmoetingen en gedachten met zich meebrachten. Rothuizen vertaalde ze naar verhalen, tekeningen en objecten en bundelde dat alles in een boek na zijn terugkeer in Amsterdam. On a clear day you can see forever is een verslag van zijn verblijf in New York, maar is er ook een spiegel van. Er staan verhalen in over de wandelingen, over meer en minder toevallige ontmoetingen, over het al dan niet ontstaan van werk. Ze zijn verweven met foto’s, tekeningen en objecten, die zowel New York portretteren, als Amsterdam; die zowel het uiterlijk als het gevoelsleven van de kunstenaar proberen te schetsen. Jan Rothuizen toont New York vanuit verschillende perspectieven: vanuit het vliegtuig zie je Manhattan, de straten zijn op ooghoogte gefotografeerd en soms is de camera gefocust op stapels manuscripten en ansichtkaarten die keurig gerangschikt liggen te wachten op kopers. Rothuizen onderzoekt de rijkdom van de stad en de armoede van de bewoners en vice versa. Hij laveert er tussendoor om zijn eigen ‘ik’ te vormen en stelt zich daarbij de meest triviale en meest existentiële vragen. Daarbij neemt hij zichzelf in alle ernst nooit te serieus.
Jan Rothuizen verovert New York stapje voor stapje, letterlijk. Hij probeert zijn positie als mens en als kunstenaar in een nieuwe stad te ontrafelen en doet dat met verve. Hij beroept zich op zijn kameleontisch vermogen om zich aan te passen aan een omgeving, maar schrijft ook over de stad die zich naar zijn gemoedstoestand lijkt te voegen. Stukje bij beetje blijkt die stad zich aan hem aan te passen; zijn ogen zien de omgeving zoals hij haar wil zien. Zijn New York is een spiegel voor hemzelf. On a clear day… is een spiegel van zijn New York, is een portret van Jan Rothuizen, de mens en de kunstenaar, tussen 1995 en 1998.

On a clear day… is behalve portret en spiegel, ook een bron voor nieuwe werken. Vele invallen en overwegingen die erin staan, gebruikt Rothuizen naderhand opnieuw in tekeningen, objecten of andere projecten. Soms zijn dat ‘afgeronde’ werken, maar vaak ook kunnen ze nog tot in lengte van jaren groeien. Het is alsof Rothuizen ermee inzoomt op zijn portret als een stad om tot een nieuw (zelf)portret te komen, met meer details, meer fijnzinnigheden, en onvermijdelijk: meer twijfels. In een recent werk portretteert Jan Rothuizen bijvoorbeeld zijn zelfbeeld, vanuit het verlangen om het eigen ‘ik’ eens objectief te kunnen zien. ‘Somewhere over the rainbow’ noemt hij de verzameling knipsels van mannen die in zijn ogen op hem leken of lijken, of waar hij in de toekomst op denkt te gaan lijken. De nog steeds groeiende serie bestaat uit manspersonen van alle leeftijden, beroemdheden als Beatle Paul McCartny, de schaker …. Kasparov en zanger Gert van het duo Gert en Hermien, maar ook mannen zonder faam of naam. Als Rothuizen zijn verzameling toont, plakt hij ze langs een fictieve tijdlijn op de muur, geordend van jong naar oud. In het werk zoals het onlangs te zien was, zijn de mannen met hun donkere ogen en zwarte haren het talrijkst als ze begin dertig zijn. Ze zijn om beurten stoer en teder, hard en zacht, zelfverzekerd en verlegen, trots en onzeker. De identificatie van Rothuizen met een hele parade van mannen werkt aanstekelijk. In wie herken ík mijn oogopslag, ga je je afvragen? In wie de manier waarop ík loop? Hoe zie ík eruit als ik kus?
Op elk van deze vragen zijn evenveel antwoorden te geven als dat er stemmingen zijn, of leeftijden of zelfbeelden. Dat een zelfbeeld of een zelfportret altijd maar een momentopname is van iemand, wordt nog duidelijker in de kruiswoordpuzzel die Rothuizen in 2000 maakte. De enorme puzzel, gezeefdrukt in een grote oplage, is gelijk aan de versies in kranten en puzzelboekjes, maar de vragen zijn wezenlijk anders: Is uw wispelturigheid een vorm van onzekerheid? 4 letters horizontaal; Vertrouwt u uw gevoel? verticaal 13 letters; Vindt u het belangrijk wat anderen van u vinden? verticaal 2 letters. Het zijn allemaal vragen waar geen eenduidig antwoord bij hoort, in tegenstelling tot wat de letteraanduiding suggereert. Iedereen stelt ze zich weleens, maar zal ze ook steeds weer anders beantwoorden. Daarbij zijn de antwoorden in een kruiswoordpuzzel afhankelijk van elkaar doordat ze letters delen als ze elkaar kruisen. Rothuizen stelt elke toeschouwer met zijn versie van de kruiswoordpuzzel in de gelegenheid om een schets van zichzelf te maken. Een variabel portret van het ‘ik’ als kruiswoordpuzzel, op basis van de banale maar vooral ook existentiële vragen die steeds weer tornen aan het ‘ik’ van Jan Rothuizen.

Alle werken die Jan Rothuizen maakt, ontstaan vanuit een grenzeloze nieuwsgierigheid; niet alleen naar de eigen wederwaardigheden, maar ook naar politieke gebeurtenissen en maatschappelijke ontwikkelingen. Daaruit komt een heel ander soort werk voort, dat Rothuizen zelf omschrijft als documentair en dat vaak in opdracht ontstaat voor openbare ruimtes. Die werken baseert hij op een onderzoek op de betreffende lokatie, waarbij hij zich engageert met de omgeving en de mensen die er leven. Zo hulde hij in het voormalige Oostduitse plaatsje Drewen een huis in een enorm net, op de zelfde manier als de plaatselijke bevolking de kersenoogst beschermt tegen vogels. Hij refereert daarmee aan de leegloop van het dorpje dat sinds de eenwording van Duitsland haar fabrieken moest sluiten. De inwoners verloren daardoor hun voornaamste bestaansmogelijkheid en verhuizen massaal. Tegen wie of wat moeten deze mensen zich eigenlijk beschermen?
Vergelijkbaar is een werk dat hij afgelopen zomer in Porto maakte. Daar hulde hij een pijler van een brug in de portretten van anonieme arbeiders. ‘Monument for the invisible workforce of Europe’ heet het eerbetoon aan de vele illegale arbeiders over wiens rug er hard wordt gebouwd aan de vooruitgang van Portugal, de groei van Europa. Maar of het fundament daarvoor wel zo solide is en of men zich dat wel realiseert, is maar net de vraag.
Jan Rothuizen brengt met zijn werken niet alleen zijn eigen en andermans zieleroerselen naar de oppervlakte, maar plaatst ook maatschappelijke kwesties die een verdekt bestaan leiden in de schijnwerpers. Als mens is hij per slot van rekening niet alleen betrokken bij zijn directe omgeving, maar engageert hij zich ook met de wereld waarin hij leeft. Met de ‘lost & found’ avonden heeft Rothuizen daarvoor ook een podium gecreëerd. De redactie van ‘lost & found’ stelt eens in de maand op wisselende lokaties iedereen die iets wil presenteren in de gelegenheid dat te doen. Naast artistieke try-outs en presentaties, komen er met enige regelmaat maatschappelijk ongemakkelijke thema’s aan de orde. De avonden zijn een ontmoetingsplaats en een inspiratiebron. Ze zijn een noodzakelijk alternatief voor Jan Rothuizen om zich niet alleen met het eigen ik bezig te houden, maar om ook zijn nieuwsgierigheid naar de wereld en de mensen om hem heen een plek te geven.

In mei dit jaar verschijnt er een tweede boek van Jan Rothuizen. Daarin vormt nu een verloren (ge)liefde de rode draad. Het boek gaat over de liefde, over afscheid nemen, over eenzaamheid en afwezigheid. Het plaatst de verhouding van de ik-persoon tot de mensen om hem heen – familie, vrienden en willekeurige passanten – op de voorgrond. “De held, de protagonist, mijn ik,” zo schrijft Rothuizen in het boek, “is geen individu, maar een groep mensen, een sociaal klimaat dat heel veel verschillende gezichten heeft en een stroom gebeurtenissen is.”
Jan Rothuizen heeft de gave om zijn eigen ik te transformeren tot een allemans-ik, terwijl hij zelf glansrijk de hoofdrol speelt. “Schitteren in afwezigheid, hoe voorbeeldig zou dat zijn, om steeds weer te schitteren in afwezigheid..” zo begint een tekst van hem die op een affiche prijkt. En dat is wat Jan Rothuizen doet.

Claudine Hellweg